is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag van het paard, de rateling der wielen, het knerpen van het grint.

Maar den volgenden dag kwam dokter van Taeke weer langs Piet van den Oudendijk rijden, en weer moest het rijtuig stilstaan. Piet van den Oudendijk was in den morgen al met zijn gedachten daarover bezig geweest, hij was al een keer komen kijken, als hij in de verte andere wagentjes hoorde aankomen, dan ging hij weer terug. Maar eens, toen begon zijn hart sneller te kloppen. Hij hoorde het geluid van wielen, daar, nieuw en blinkend gevernist onder de boomen en bij de afvallende blaren, kwam het rijtuig aan, het bruin paard hield in. Het rijtuig veerde een paar keer op en neer in de mindering -van de vaart. Toen stond het stil. Er was geen wind. Er was nu ineens geen geluid, alleen de scherpe hoefslag van het paard als het stampte in het grint, kippen kakelden in de nabijheid. Daar kwam uit het rijtuig het geweer, een dubbele loop, een boomblad viel er klam langs, en Piet van den Oudendijk keek in dat tweevoudig rond gat, daarlangs zag hij het tegen den kolf rustend harige gezicht van dokter van Taeke en het geknepen oog. Natuurlijk begreep Piet van den Oudendijk wel, dat de dokter niet zou schieten, maar waarom voelde hij dan die zwaarte en de krampen in den onderbuik en die eigenaardige krijzeling langs zijn voorhoofd, alsof de dunne, koude en scherpe rand van den geweerloop daarover dwaalde en er