is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een beetje pijnlijk aan kwam krabben? In het rijtuig zat Willem in zijnen blauwen jas en met zijn camassen om de beenen en de koetsierspet, te wachten totdat de dokter zei:

— Ziezoo, Willem, we kunnen weer verder, want ik heb hem in het vizier gehad.

O, die voldoening, hem in het vizier te hebben en in aandacht pal stil te blijven vóór dat eene onaanraakbare oogenblik, waarin de haan wordt gespannen. De dokter dacht daar zonder zenuwachtigheid aan. Hij dacht daaraan in een volmaakte rust.

En hij kwam iederen morgen terug. lederen morgen kwam hij langs Piet van den Oudendijk rijden. De boer kon op den deel bezig zijn, in de groep bij de koeien, die weer voor den winter op stal stonden, hij kon in de woonkeuken zitten, altijd begon hij in zichzelf de rateling van de wielen te hooren, het naderend geluid op den weg, het schampen van ijzeren wielbanden over wegschietend grint en keislag, het draven van een paard. Piet van den Oudendijk kreeg er een geweldige onrust van. Hij werd naar buiten gedwongen, daar was iets stiller geworden en dreigend onder de kale boomen. Het rijtuig. Het paard. Willem de knecht rechtop en pal stil, de leidsels los en slap. En daarnaast een man, die zich bukt, een ruig roodbehaard hoofd, een paar rossige, harige handen, die onder de voetmat het geweer nemen, het tillen en heffen, het richten recht en roerloos, en