is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geknepen oog bij den korten geweerkolf. Als het rijtuig wegrijdt gaat Piet van den Oudendijk naar het huiske, hij weet van de buikpijn geen raad. Dokter van Taeke komt terug. lederen morgen. In de herfstzon. Onder de buien van den hemel. In den regen, als de geluiden van de wielen anders zijn en het kraken der riemen van het tuig iets vochtigs heeft. Piet van den Oudendijk heeft misschien deze vrees, dat de dokter het eens, terwijl hij mikt, te pakken zal krijgen en tóch schieten zal. Dat er iets geks en wilds zal gebeuren in diejen kop, of dat het geweer eens per ongeluk zal afgaan. Maar waarom gaat hij dan toch kijken, om den dokter gelegenheid te geven op hem te mikken? Hij gaat kijken om zoo'n onnoozele reden, omdat de zwakke echo van het draven van een paard hem dwingt, hij kan zich verbeelden dat het een pijn in zijn ooren is, dat het paard achter hem heen zit, misschien gaat hij voor zijn rust. lederen morgen gaat Piet van den Oudendijk naar buiten toe als dokter van Taeke voorbij komt rijden.

Dokter van Taeke zegt tot zijn knecht:

— Lasteraars mikken zonder dat ze hun slachtoffer in het oog kijken. Zij kennen geen wroeging! Daarom zal hij iederen dag een beetje doodsangst hebben. Want hij heeft mij in mijn liefde voor mijn vrouw beleedigd.

Maar Cis den Doove loert in de polders en in de