is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeving van de Bergen, waar Janus de Mert woont. Cis den Doove volgt een hazenspoor en gaat plat op den grond liggen. Er is een suizing in de lucht. Cis loert niet voor niks. Terwijl hij ligt klinkt er een zwak schot in de lucht. Een haas tuimelt. Janus de Mert heeft geschoten, hij staat te kijken, hij heeft het geweer met den kolf op den grond laten zakken en houdt het bij den loop vast. Janus de Mert heeft eenen haas van de jacht van dokter van Taeke geschoten.

Als nadien dokter van Taeke en Cis den Doove op jacht zijn, het heeft een klein beetje gevroren, en het sneeuwt zachtjes en fijntjes, dan zegt Cis den Doove:

— Ik heb Janus de Mert betrapt, toen hij onder uw hazen stroopte.

Dokter van Taeke knikt. Cis den Doove ziet, hoe in het harig, rossig gezicht van den dokter de oogen half dicht geknepen zijn en hoe de breede mond even open is. Het is een grijze dag, er ligt dun, zwart ijs op de slootjes, daar liggen als fijn grauwe veertjes de sneeuwfliempjes grijs op gevallen. Er klinkt een laag schot dicht en dof bij den grond. Cis den Doove heeft ook gehoord, wat er iederen dag gebeurt bij het huis van Piet van den Oudendijk. Hij durft daar niet over te praten, omdat hij weet, dat het gaat over wat er is tusschen den dokter en mevrouw van den dokter. Hij ziet mevrouw van den dokter in het dorp,