is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde barbaren van worden? Dokter van Taeke knijpt de oogen half dicht. Hij kan in zijn handen het genoegen navoelen der zwaarte van het geweer, in het oog de vreugd der zuiverheid van den vizierkorrel, in het oor de blijde rateling van het schot, in den neus de prikkeling van den eigenaardigen doordringenden geur na het geloste schot, de geur ook van het gewreven hout van het geweer en van het metaal, de lucht van den poldergrond en van de weitasch. Een drama om een haas. Maar als dokter van Taeke bij Janus de Mert komt, dan beheerscht hij zich niet. Hij schrijft staande, en gebogen over het tafelblad, langzaam de visite op en telt het bedrag:

— Het is al zóóveel. Als de duizend vol zijn kan uw kist besteld worden. Kom, Willem, we gaan.

In een van deze nachten, wat is er in de winterstilte onder de sterren te doen, de jongens van den dokter zijn weer bezig. In haastig en slordig aangeschoten kleeren klauteren zij een hoog raam uit aan den zijkant van hun huis. Zij loopen vlug over de binnenplaats. Zij klimmen over de poort, daar laten zij zich vallen. Zij staan, krom en loerend bijeengetroept, de oudste heeft wat onder den arm, het is in een krant gepakt. Zij loopen de dorpsstraat over den dijk af, naar de dorpskom, daar onder de lage linden van het marktpleintje is het te doen, hier zal de wereld tot schrikken worden gebracht. Hier