is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze hadden van patronen, kruit en carbid een prachtigen bom gemaakt, nu was de dorpspomp in de lucht gevlogen, bij van Gerwen den schilder, bij van Dinther den kruidenier, bij Somers den bakker en bij Sjef de Smid het raadslid, waren de ruiten gesprongen. Willem, de knecht van dokter van Taeke, stond 's morgens in de keuken nieuwe veters in de rijglaarzen van den dokter te doen, dat was een heel werk, al die gaatjes. Hoe kwamen die rijglaarzen zoo ineens zonder veters? De jongens hadden die veters noodig gehad voor hun lont, die kleinigheid verraadde hen dadelijk. Ook zonder die veters kwam het uit, dat de jongens van den dokter dit gedaan hadden, natuurlijk, de veldwachter had de resten van den bom gevonden. Dat is werk van de jongens van den dokter, zei hij. De veldwachter ging nadien zijn beklag doen bij dokter van Taeke. Dokter van Taeke joeg hem niet weg, hij zei integendeel:

— Zeker, natuurlijk, dat hebben mijn jongens gedaan, er kan een nieuwe pomp gebouwd worden mits ze mooier is dan de vorige, want die was leelijk, en iedereen die wil krijgt nieuwe ruiten.

Dit was op zichzelf niets, maar nu had dokter van Taeke de groote moeilijkheid, wat moest hij doen tegenover de jongens. Hij had zijn jongens zóó moeten opvoeden, dat zoo iets voorkomen werd, dit bedacht hij nu het gebeurd was. Hij liet de bende nihilisten bij zich komen, ze stonden schuldig tegen-