is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begon hij een lichtje te onderscheiden aan den anderen kant van de Maas. Iets later zag hij een tweede licht, dat zag hij bewegen. Dat ging omhoog en omlaag. Toen begreep hij zeker, dat hij gezien zou zijn. Het was zoo fel verblijdend. En hij holde met zijn lantaarn naar huis.

Nardje de Wit kwam dokter van Taeke waarschuwen.

— Dirk van Alem heeft met zijn lantaarn gezwaaid.

— Goed, ik kom.

— Dat kan zijn. Maar ik zet u niet over.

— Jawel, Nardje, gij zet mij over.

— Voor geen honderdduizend gulden, wij verzuipen allebei.

— Nardje, ik zal probeeren het u uit te leggen. Ik als dokter, versta dat goed: als dokter, beweer, dat er ongelukken gebeuren bij van Alem in huis en dat zijn vrouw morgen dood is, als ik daar niet kom.

— Mijnheer den dokter, ik wou, dat ik het u van mijnen kant kon uitleggen. Ik als veerman beweer, dat het niet kan. Ik krijg de pont niet van den dam af. De kabel en de klossen, alles zit dik in het ijs. En al kwamen we den dam af, dan komen we nog nooit aan den anderen kant. Dan verzuipen wij met zijn tweeje en Dirk van Alem zijn vrouw is nog niet geholpen.

— Ik reken erop, Nardje, dat gij me overzet!