is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Reken er niet op, mijnheer den dokter, want ik ga den dood niet in.

— Dan ga ik alleen. Ga nu maar naar huis.

Willem de knecht is met de stallantaarn in het

koetshuis, hij spant het paard in. Dan rijdt hij het rijtuig naar buiten. De twee lantaarns branden, kaarsevlammen, vergroot in de lenzen voor de reflectors van gepolijst rood koper. Er staat een sneeuwstorm over den dijk. Het zweept en joelt in de gegeeselde telegraafdraden. De dokter heeft in de huiskamer zijn vrouw en zijn jongens goedendag gezegd:

— Ik moet uit voor een partus, heeft hij tegen zijn vrouw gezegd.

— In zulk een weer?

Ze vraagt het niet, omdat zij zou meenen, dat hij het niet zou moeten doen. Zij vraagt het met zoo'n beetje vriendelijke bezorgdheid.

— Het is dichtbij.

— Waar?

— O, hier dichtbij.

De kleiner jongens zitten rooversboeken te lezen. De oudste speelt een partij schaak met moeder.

Dan komt dokter van Taeke naar buiten in zijn geweldige pelsjas. Hij klimt in het rijtuig. Willem komt naast hem zitten. De dokter zegt:

— Naar het veer.

Willem zwijgt en rijdt den dijk op, de smalle