is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Kijk eens, ik ben geroepen voor een bevalling in het huis van Dirk van Alem. Het is noodig, dat ik daar bij ben, anders loopt het slecht af. Nardje de Wit wil mij niet overzetten. Gij hebt hem als veerman wel eens vervangen. Zet gij mij nu over!

— Ik?

— Gij!

— Nu, op den oogenblik?

-Ja.

— Voor geen millioen. Hedde gij de Maas gezien? Ik begrijp niet, hoe ze van van Alem u hebben

kannen roepen!

— Ze hebben aan den anderen kant van de Maas met een lantaarn gezwaaid.

— Nee, mijnheer den dokter, daar krijgde ge me niet voor mee. We verongelukken allebei.

— Goedenavond.

Met wat een slag slaat de deur dicht en met wat een ruk rinkelt de bel. Dokter van Taeke wordt driftig. Hij kan niet tegen die teleurstelling. Hij beheerscht zich niet. Hij gaat weer terug naar het veer. Hij ziet in den vagen lichtschijn van de rijtuiglantaarns en van de vluchtige sneeuw twee donkere mannen, diep in hun jaskraag, de schouders hoog opgetrokken. Ze loopen in den stormwind op en neer. Ze heffen hun voeten hoog omhoog en stampen met kracht op den grond. Nou is het meenens op de Maas. Als dokter van Taeke vlak aan den waterkant