is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Juist. Dan moet ge voor mij een taart bakken zoo groot als ge maar kunt. Ge neemt het fijnste meel dat er op de wereld te krijgen is. Ge doet er krenten en rozijnen in en ananas, sukade, gemalen amandelen, honig, gelei en slagroom. Van boven dekt ge dit alles af met een plaat nougat. In het midden zet ge een rood hartje erop en daar rondom spuit ge in de volgorde waarin ik ze geschreven heb de navolgende namen, die ik hier op een briefje heb staan: Bonifacia, Aldegonda, Leonzo, Octavia, Marie Danielle, Godeliva, Eulalia, Henrica, Monica en Scholastica. ... En als ge die taart klaar hebt, breng hem dan.

— Met de broodkar.

— Als het moet met de vrachtwagen.

— Ik zal er prompt voor zorgen. Ik heb gehoord, dat ge gisteravond te voet de Maas over zijt gegaan, mijnheer den dokter.

— Ja, de Maas zat dicht.

— O ja? Daar was hier iemand in de winkel, die zei, dat ze nou nog niet dicht is.

— Zoo. Goedendag.

Dokter van Taeke rijdt nadien langs Piet van den Oudendijk. Er verandert niets op dit erf, de schuurdeuren staan eeuwig en altijd open, de hooiberg onder de schelft schijnt niet te verminderen. De deur van den deel gaat open. Een man komt naar buiten.