is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geruite doek hangt weer over haar hoofd. Zij zit er achter verborgen, haar figuur daaronder uit, dat is het figuur van een spichtige, magere vrouw, ze houdt een stok vast om op te steunen als ze staat, haar magere handen beginnen ook al te rotten.

— Hoe is het met uw dochters, de hetaeren?

— Goed. Het zijn lieve kinderen, ze zullen wel eens gaan trouwen met brave oppassende mannen.

Gelooft ze zoo in het leven en in de goede ordening van de dingen? Ze is zoo overgegeven en gelaten, wie zal er achter komen, hoe ze is. Want waarom, toen eens een man in haar huis was gekomen die haar den doek van het hoofd rukte, waarom was ze zonder dien doek blijven zitten totdat haar jongens kwamen? Ze heeft nauwelijks lippen, hoe lispelt ze en hoe murmelt ze met hare zachte doordringende stem, hoe duidelijk zal ze den naam genoemd hebben van den man waarop hare jongens, als wilden met de bijl gewapend, toen hunne jacht begonnen.

— En uwe jongens, Mammeke, die zijn genoemd in verband met den aanslag op den Pale Pie.

— De Pale Pie had veel vijanden. Mijn jongens zijn beste jongens. Ik hoop, dat ze hun schuldige moeder zullen vergeven.

— Mammeke, wie heeft het u aangedaan?

— Hij was stuurman of kapitein op de stoomvaart,