is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

molen zou rusten, gebruik toch uw verstand!

Waar is er zoo'n tweede mooie molen in den omtrek? Nergens. Het krakende hout van spoorwiel en bonkelaar, dat zwaar bortelende rumoer, de plettende steenen, de schoone gladheid van vloeren en trappen en het koord, keihard en blinkend van de bemeelde handen waar langs het gevierd wordt, de geur van meel en lijnkoeken, de blije heldere wind in de rennende zeilen op de wieken, dit alles is om er pleizier aan te hebben. De molenaar zingt. En zijn blijmoedig knechtje fluit.

Het zomert. Er wordt gehooid. Dat is een drukte van belang, alle boeren zijn in den polder en in de uiterwaarden. Dokter van Taeke kan met zijn rijtuigje bijna niet over den dijk en over de binnenwegen, door al die hoog en breed geladen hooiwagens, overal wordt het hooi opgetast en op het erf gereden. Hoog op de karren staan de boeren en schieten het hooi door het zolderraam in de geweldige ruimte onder het koel rieten dak. De boeren vanaf hun hoogte kunnen den molen zien draaien. Misschien letten zij er niet op, misschien hebben zij er niet bijzonder op gelet, dat op eenen namiddag de molen ineens stil stond. Wat zou dat ook te beteekenen kunnen hebben, de molenaar was voor vandaag uitgemalen.

Tegen den avond was dokter van Taeke gezien,