is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nou was hij er niet bij geweest. Een ongeluk? Zeker, een ongeluk. Een vloek. Laat de menschen maar twijfelen, ze zien het nu, dat die molen gevloekt is, er waren geesten rond, de verongelukte knechts, die hun opvolger komen halen op commando van de geesten die uit wraak den arbeid van dezen molen willen weren en die er zelf spoken in de ratten. Geloofde de oude Maas die dwaasheid, misschien was hij wel kindsch van de een of andere gewetenswroeging.

Het lijk van den jongen uit Heerewaarden was naar het gemeentehuis gebracht. Nadien kreeg de moeder in Heerewaarden den dooden jongen thuis. De molen was blijven stilstaan. Hij treurde. Hij stond in kruis. De dikke molenaar was weer naar Kesteren of naar Tiel vertrokken, of waar hij dan vandaan was gekomen. Dat nu Noldus Maas genoemd werd, hoezeer kan dat onrechtvaardig geweest zijn. De molen werd gemeden. In de maannachten hieven de ratten zich rechtstandig tegen de ruitjes. In de maannachten stond de molen er op den berg zwart geteekend tegen de klaarte van den hemel. De buien kwamen, de regen striemde de donkere, slanke romp. Het geteerde zeil van de kap dat blonk en het vochtig hout van de stille wieken, waar de wind klagend doorheen floot.

De leden van de broederschap van den snoek lieten

Dorp aan de rivier

14