is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, Cis den Doove duwde haar terug. Hij nam een stuk papier en onder zijn lampje teekende hij een veerpont op dat papier, en op die pont teekende hij een vrouw met een langen rok en met dun, stekelig haar, en naast die vrouw teekende hij een man met een fel kort snorretje. Om die twee figuren trok hij een cirkel of een ovaal, of zoo iets, of iets, dat op een hart leek. Zij was over de tafel komen leunen, op zijn teekenende hand voelde hij haar warmen adem. Toen hij zijn teekening klaar had wees Cis den Doove haar op de figuur van den man in den cirkel. Zij dacht na. Zij begreep hem. Zij lachte hard en luid. Zij ontkende het. Zij schudde fel neen met het hoofd en maakte met de hand een gebaar om te beduiden, dat dit uit en weg was. Maar Cis den Doove trok zich terug, hij ging een pijp rooken in het nauwe hokje. De vrouw had hare bedoelingen, ze liet die duidelijk genoeg merken. Cis den Doove op zijn beurt schudde van neen en wees weer op de teekening. Dat was misschien kinderachtig, waarom moest hij zoo doen alsof hij gekrenkt was, misschien wist hij er niet goed raad mee. Hij had zich groot kunnen houden. Het is met die dingen zoo erg niet, om er met een beetje wijsheid boven te staan en een goed geweten te behouden. Maar wat zal Cis den Doove bewogen hebben. Had hij zoo'n eergevoel, zoo'n fatsoensbegrip, of was de herinnering aan dien eersten avond sterker dan de bekoring van dit