is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bed, een vraag. Hij zwijgt nadien. Even verschuift hij den last op den schouder, zoodat aan den gestrekten hals het hoofd even stijf op en neer beweegt in den dood. De jongen hoort, hoe zijn vader de trap afgaat. Hij hoort het kraken van de treden onder het nadrukkelijk neerkomen der voorzichtig langzame en zware stappen. Beneden wordt een deur geopend en dicht gedaan. Opnieuw hoort hij de vaderlijke stem, het lijkt een telkens onderbroken vragend zingen, een bidden met horten en stooten, een gesprek van den vader met de doode of met zichzelf. De tuindeuren worden opengedaan, dit hoort de jongen, die deuren gaan stroef, er moet aan gerukt worden, de jongen herkent het geluid. Als hij de tuindeuren dicht heeft hooren vallen komt hij op zijn bloote voeten langzaam uit de kamer. Hij sluit zachtjes de deur achter zich. Zeer voorzichtig gaat hij naar het eind van de gang, naar het raam, dat uitzicht geeft op den tuin. Bij het raam drukt hij het gezicht tegen het koude glas. Hij gevoelt die gladde, koude aanraking. Hij heeft een gewaarwording alsof ook het glas een geur heeft. Dan kijkt hij ingespannen en op de teenen staande naar beneden. In de donkere tuin onder de herfstboomen, waarvan de bladeren neervallen, staat, bij het licht van een lantaarn, die op den grond is gezet, Cis den Doove achter een berg zand bij een diepen kuil. Half achter den zandhoop verborgen ligt een ruwhouten doods-