is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drijvend tusschen waterlelies en sterren. Er bloeit ook iets in de woonark van Cis den Doove. Hij heeft zijn bloempotten voor de kleine raampjes, tegen de geverfde planken ligt helder en warm een streep zon. De dokter zegt:

— Ik zal nu een tijd met vacantie gaan. Want ik heb dat noodig.

— Ja, zegt Cis den Doove.

Dokter van Taeke ging, vóór hij op reis zou gaan, zijn afscheid nemen bij zijn patiënten. God zegene u, zei hij. En zij gaven hem den wensch terug. God zegene u, zei Mammeke de syphilislijdster.

— Mammeke, gij zult mij eens de waarheid moeten zeggen, hoe gij aan uw ziekte gekomen zijt.

— Ja, die Poolsche stuurman ....

O, dat Mammeke, natuurlijk denkt ze, dat ook dokter van Taeke er niet achter zal komen, wat doet het ertoe!

— Ik ben maar een zondige vrouw.

— Hoe gaat het met uw dochters, deze Aspasia's?

— Het zijn lieve kinderen en ze zijn goed bezorgd in Amsterdam of in Rotterdam. Ze passen goed op. Ze hebben vriendinnen. Maar die zijn den verkeerden weg opgegaan, daar moeten wij voor bidden. De meisjes, die van buiten komen, gaan daar de straat op voor de mannen, die van buiten komen, 't is niet zoo bijzonder mooi.