is toegevoegd aan je favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water. Hij danst in het water. Hij wentelt. Hij legt de handen tegeneen en schiet, de natte neus tegen de toppen van de vingers, naar beneden. Hij komt boven. Hij ligt op zijn zij. Hij zwemt met één hand en één been stroomafwaarts. Hij staat recht en danst als een duikelaar onder water, boven water, een meerman, een triton. Dan zwemt hij naar den kant en draaft, de kleeren op den arm, zijn schoenen en zijn hoedje in de hand, spiernaakt den uiterwaard door, den dijk over. In de gang staat de huishoudster, hij wil haar geen aanstoot geven. Daarom loopt hij terug door de koetspoort. Hij klimt rechtstandig tegen een regenpijp omhoog en klautert een raam binnen. Nadien, in zijn kamer, neemt hij zijn viool. Hij stemt. Hij strijkt krachtig. Hij speelt het andante tranquillo uit een sonate van Brahms.

Er is nadien op een dag een gebeurtenis geweest, dokter Rits klopte later, toen het voorbij was, het stof en de pluisjes van zijn mouwen af. Op eenen morgen na zijn spreekuur liep hij buiten het dorp den Maasdijk over. Hij moest nog al een eindje uit de buurt zijn voor een zieke, daarvoor was hij geroepen, een zes of zeven kilometer, dat kon hem niet zooveel schelen. Ik ga te voet, zei hij. Hij ging daar gezwind van pas en zeer kwiek van tred, zóó vroolijk in het te strakke grijsgeruite broekje en het te korte grijsgeruite jasje. Hij zette de voeten iets naar buiten