is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liep langzamer. Toen de mannen vlak achter hem waren, voelde dokter Rits, hoe hij aan zijn jasje werd getrokken. Dit prikkelde hem volstrekt niet. Integendeel, hij liet zich in zijn welgezindheid niet storen. Hij draaide zich om en keek de drie kerels vragend aan. Een van de drie spuwde schuin op den grond, dat het krachtig neerflatste, en zei toen:

— Gij hebt zeker wel een beetje tabak voor ons.

Zoo'n vraag moet ge in haar bedoeling begrijpen.

Dokter Rits kijkt van het eene gezicht naar het andere. Die koppen hebben iets schuws. Die kerels grijnslachen flauwtjes, ze hebben natuurlijk pleizier in dat gekke mannetje. Ze staan, de handen losjes in de broekzakken en het jasje naar achter. Maar dokter Rits heeft pleizier in deze sympathieke lieden.

— Zeker, zegt hij, gij hebt gelijk, gij moet wat hebben voor tabak.

Hij neemt zijn stokje onder den arm. Hij grijpt naar zijn portemonnaie en opent ze rustig voor die plotseling naar voren komende drie koppen. Hij opent zijn portemonnaie breed en royaal, ze bevat immers geen geheimen, natuurlijk niet, zoo argeloos is dokter Rits, om dit te bedenken. Nu heeft hij drie guldens voor den dag gehaald. Hij stopt zijn portemonnaie weer weg en gaat elk van de jongens wat geven, ze houden daartoe de handen op en de blauwe ankers en de doorpijlde harten komen op de