is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij knikt traag van neen.

— Ik heb hem niet gezien!

Maar de andere wachtmeester zegt:

— Kom, van Erpen, het heeft geen zin het te ontkennen.

Van Erpen trekt den mond in de hoeken naar de laagte en schudt daarbij traag den kop.

— Cis den Doove? Ik weet van geenen Cis den Doove. Ik ken hem amper.

Die twee mannen in uniform, ze staan wijdbeens en deftig in dit vertrek. De handen in de broekzakken wiegen ze op de beenen in hun krakende schoenen, ze hebben prachtige, stevige kuiten in die blinkende camassen. De een wijst naar het hondje.

— En dat dan ?

— Wat?

— Dat hondje!

— Och kijk, ja, dat hondje!

— Dat is Cis den Doove zijn hondje.

— O toch? Dat hondje komt wel 'es meer hier aangeloopen, omdat ik zelf een teefke heb.

— Waar is dat teefke dan?

— Dat weet ik niet. Dat loopt met alleman mee. O, is dat Cis den Doove zijn hondje? Nou ge het zegt, zie ik het. Dat liep hier den heelen dag al rond het huis. Toen heb ik het geroepen en binnengelaten.

Dat kleine hondje, het weet, dat ze 't over hem

Dorp aan de rivier

39