is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt met het hoofd naar voren. Dat kleine, vinnige zwarte ambtenaartje naast den kantonrechter zegt:

— U herinnert het zich misschien, deze man is doof.

— Ja, dat is waar, zegt de kantonrechter voor zich heen, en hij schreeuwt vervolgens tot Cis den Doove:

— Je bent natuurlijk volmaakt onschuldig!

Cis den Doove heeft het verstaan. Hij antwoordt:

— Nee. Eerlijk is eerüjk. Als ze me vatten als ik stroop, zeg ik niks. Dezen keer was ik erbij.

— Nu, mompelt de kantonrechter, dan kunnen we de zaak kort maken. Je stemt dus toe wat in de dagvaarding staat. Wie is dat daar nog?

Wie daar nog is? Thijs van Erpen, die zit daar te kijken, hij is niets in deze omgeving.

— Ook een getuige, zegt de deurwaarder.

— Goed, die gaat even weg, we zullen eerst den wachtmeester hooren.

De wachtmeester in zijn krakende schoenen, met zijn schoon, blinkende camassen, hij staat daar snel en kordaat naar voren getreden, slaat zijn hakken tegeneen, zegt zijn naam, zijn leeftijd, zijn beroep en den eed.

— Zoo waarlijk helpe mij God allemachtig.

Ja, deze strooper, Cis den Doove geheeten, was in den polder gepakt. Hij had, in een sloot liggend, een haas geschoten, ze hadden het schot gehoord, toen ze van den dijk den polder ingingen zagen ze