is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Vertel eens beklaagde, hoe kwam dat?

Dit is het oogenblik voor Cis den Doove, hij heeft daarop gewacht. Hij trekt zijn broek nog eens op. En de menschen achter hem komen allemaal naar voren dringen, om goed te luisteren.

—Ja, kijk 'es, zegt Cis den Doove, dat is misschien een beetje eigenaardig, maar in het café van Thijs van Erpen was ik in het huiske gekropen, hoe noemde gij dat, mijnheer den kantonrechter, in de beste kamer ....

— Goed, goed, dat weten we al.

— Daar stond ik natuurlijk niet veilig, zegt Cis den Doove, maar daar was nog al een flinke opening in den bril, zoo'n ruimberekende, en onder dien bril was een balk, en diejen balk was nog al een heel eind boven den beerput. Toen heb ik mijn eigen door den bril heengewrongen en ben op diejen balk gaan zitten, en den deksel kon ik weer zóó schuiven, dat die op de brilopening kg. Toen was er geen vuiltje aan de lucht.

De kantonrechter mompelt wat. Hij zit nu diep voorover gebogen, de kin op de handen. De ambtenaar naast hem luistert aandachtig en mijnheer de griffier heeft de pen neergelegd, hij zit, met fronsjes in het glad voorhoofd, den mond een beetje samengenepen, af te wachten wanneer er weer iets komt, dat hij op zal moeten schrijven.

— Nou, zegt Cis den Doove en hij gaat hoe