is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de winden rimpels slaan en dat koud klotst tegen de grijze kribben en naar de verten zwart en blinkend stroomt onder de donkere wolken. Piet van den Oudendijk zit in Coudewater, daar hooren wij zooveel niet meer van. Op een goejen dag was dokter van Taeke bij Janus de Mert op de Bergen geweest, de kunstmatige voeding hielp niet meer. De kanker had den boer van binnen heelemaal weggevreten. Dokter van Taeke had in dit vertrek voor het laatst gebogen gestaan over de tafel.

— Janus de Mert, de duizend gulden zijn vol. Kom, Willem, we gaan.

De duizend gulden waren vol. Janus de Mert kon dit vernemen, het was donker in zijn alkoof. Voor de ruit waar hij naar kon kijken dreef de dreigende duisternis van buien. De donder dreunde in de verte over de aarde. Janus de Mert op de Bergen is toen bediend, er is van verscheiden kanten familie gekomen, misschien waren die een beetje te laat gewaarschuwd voor het testament. Janus de Mert had nog al wat centen, wie weet, wat de erfgenamen voor berekeningen hadden gemaakt. Wie was getuige geweest van het laatste gesprek tusschen Janus de Mert en den parochieherder? De dingen zijn zoo mooi niet, het sterven is niet zoo rein en helder, de stilte van een uitgestreden strijd na een moeizaam leven. Het de Mertvolk was nog al van den rauwen kant, ze wisten genoeg, dat Janus de Mert nog al