is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij heeft een knechtje aangenomen. Die is beneden hem op den meelzolder aan het werk. Dat knechtje is ook niet van deze kanten. Het is een aardig ventje. Het kan zijn, dat hier of daar iemand, die aan den vloek op den molen gelooft, zijn hart voor dezen jongen vasthoudt, de molenaar heeft er geen vrees voor. Hij hoort van de vroegere ongelukken, hij lacht er eens om. Een molenaarsknecht die zich ophangt, dat kan op iederen molen gebeuren, dat kan ook twee keer op denzelfden molen gebeuren, zeker, waarom niet, dat ligt niet aan den molen, maar aan de zwaarmoedigheid van de knechten. En bovendien, de molenaar zal wat dit betreft zijn knechtje niet aan de verleiding en de gevaren van den molen overgeven. Als er een boer komt met een vracht zakken, dan gaat de knecht naar boven toe om de zakken omhoog te luien en de molenaar zelf gaat beneden op de kar de zakken aanhangen, op die manier kan hij nimmer zijn knechtje dood naar boven halen. Neen, wat is er eenvoudiger. Als door de week de molenaar zijn molen stil zet, dan zet hij hem over kruis, s Zondags zet hij hem in het teeken der vreugde, de komende wiek niet heelemaal verticaal, het wiekenkruis ietsjes scheef en gekanteld, en hij vlecht de opgerolde zeilen zorgvuldig door de latten heen. Dat doet hij, om zijn blijmoedigheid te toonen en om te laten zien, hoe onverschillig hij is voor al die praatjes over den vloek op dezen molen, waar