is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mammeke werd daar angstig en zenuwachtig af in haar gemoed, als het donker ging worden over de wereld kon zij daaraan gaan zitten denken. Haar jongen had haar gezegd, dat ze zich maar geen zorg moest maken. Die was zoo overmoedig, je kon die Rotterdammers best vertrouwen, dat waren zelf trouwens ook zulke verlegen jongens niet. Natuurlijk had haar jongen willen opscheppen en indruk willen maken tegenover die kerels daar in Rotterdam, wie weet wat hij allemaal verteld had. Er waren oogenblikken, dat Mammeke haar hart zat vast te houden.

Dokter van Taeke kwam en zei:

— Mammeke, het gaat met u afloopen, gij zult de lente niet meer zien.

O, zei Mammeke, als de kinderen maar bezorgd zijn en als mijn goede man zaliger in den hemel mij maar vergeven wil. Uw jongens worden zoo knap en zoo groot, hoor ik, ze zullen het ver brengen. En dat paard van u, is dat een geschenk van den koning van Engeland? Dat hoor ik hier in huis. De jongens zeggen, dat het zichzelf kan inspannen en dat het vroeger in een circus is geweest. En Piet van den Oudendijk, dat moet verschrikkelijk zijn in Coudewater, die heeft het delirium gekregen van wroeging over een zonde van laster, die hij bedreven heeft. Ik kan het begrijpen, maar ge doet beter berouw te hebben over uw zonden, zoo-

Dorp aan de rivier

21