is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd der openbare school Gejus Nooteboom had het Fransche citaat verstaan, hij trok zoo'n gezicht van tja, tja, alsof hij zeggen wilde, dat het aangehaalde citaat in zijn Fransche verborgenheid juist was, volkomen juist, maar dat het geen pas gaf het hier met dezen uitleg aan te halen. Gejus Nooteboom wendde zich met deze uitdrukking op het gezicht tot zijn medecomitéleden. De burgemeester wist zeker niet goed wat er eigenlijk gebeurde. Hij stond strak en in het suizen van de stilte te kijken naar dokter van Taeke, die de enveloppe in de kaarsevlam hield. De vlam rees er smal en rechtstandig langs. Ze verbreedde zich. Ze kroop voort op een smalle, verticale, blauwe basis. Een roetzwarte rand boog zich met de vlam mee, kronkelde en brak in vlokkerig zwarte stukjes met nagloeiende randen, die neerdwarlden. Dokter van Taeke keerde de enveloppe, hield de korte kant in de vlam. Het vuur kroop naar het midden voort. Het gaf een zacht suizend geluid. Rond het roet gloeide een krullende strook even na, de enveloppe stortte over haar eigen midden in de even op waaierende vlam ineen. Toen liet dokter van Taeke haar neerdwarlen op de schaal, daar bleef het papier even branden. De vlam doofde boven een roetige rookspiraal. Toen ging Willem de knecht met de asch weg. Dokter van Taeke boog.

— Ik heb gezegd. Ik heb gedaan. De heeren worden bedankt.