is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gleden die pannen langs omlaag. Ze gleden snel. Ze schoven. Ze achtervolgden elkander, beneden waren handen, die vingen hen op. Het dakgebint, de balken en de panlatten kwamen bloot, daar sloegen de luide hamers in, en beneden ploften die balken en planken neer. Nadien stortte het puin van de muren. Beneden zaten arbeiders, die hadden van die leeren beschermers in de handen, ze zaten de klinkende steenen af te bikken op hun gespannen dijen, ze zaten dik onder het witte stuiven van de kalk. De ruiten werden uit de ramen gehaald, het huis kwam in zijn inwendigheid bloot. Ge zaagt het oud behang aan flarden en de gipsen decoraties aan de plafonds gebroken en gescheurd, het huis werd afgebroken. Dokter van Taeke had de arbeiders daar voor gestuurd. Er bleef geen een steen op den andere, niemand zou in dit huis nog wonen en beminnen, het werd met den grond gelijk gemaakt, zoo had dokter van Taeke het gewild.

Waar is dokter van Taeke gebleven? Hij is zoo geheimzinnig vertrokken. Misschien woont hij ergens anders langs de Maas, naar boven, of stroomafwaarts. Misschien is hij in een ander land, of is hij dokter geworden op een schip, dat door de zeeën zwerft onder de zon der tropen, onder het zuiderkruis, onder de sterren van de noordpool, onder stormen en hooge golven, die naar den regen van zware wolken stijgen, we weten het niet. Cis den