is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen en drie nachten achtereen. „Enfin, hij hoefde geen haast te maken; 't werk lag niet op hem te wachten, — dat zat nu eenmaal niet in 't land!" — dacht Monsen bitter.

Voor hij instapte had hij voorzichtig geïnformeerd, of er niet meer haast gemaakt moest worden, en of die urenlange vertraging de dienstregeling niet volslagen in de war zou brengen.

De treinbeambte had hem met ongeloovigen glimlach aangekeken:

„Nee, 'n botsing was niet waarschijnlijk. Er vertrok een trein om de zeven dagen; altijd dezelfde; hij moest eerst terug zijn om een nieuwe reis te kunnen beginnen, 'n Ramp kon alleen voorkomen na een aardverschuiving in de regentijd; en daar kon een dienstregeling — jammer genoeg — niets tegen beginnen!"

„U hebt zeker nog geen lang verblijf hier in de kolonie achter den rug?" — vroeg de man vriendelijk ironisch. „Nee!" — zei Monsen deemoedig. Dat was weer dat eeuwige gevoel van domheid tegenover 't nieuwe. De beambte glimlachte en liet hem staan.

Een enkele medereiziger had Monsen in zijn coupee. Die zat tegenover hem in den anderen hoek van den wagen, 't Was een groot, breedgeschouderd mannenlijf, met een vierkanten kop, gedragen door een zware, forsche hals. De donkere, gegroefde huid verried vele jaren tropenbrand.

Waar blanken zijn, zijn vormen: ze stelden zich aan