is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Om u te dienen, Excellentie!" dacht hij spottend, en liep naar buiten om wat in de kampementen van de beide negerhoofden rond te slenteren.

't Was stil in Visiri's kamp. De mannen waren blijkbaar afwezig. Enkele vrouwen waren, geknield, bezig met 't ziften van maniokbloem, en met 't afwasschen van gebakken zwartaarden potten. Monsen werd begroet met verwonderde blikken en beminlijk monkelen; ze richtten zich op in hun heupen, en draaiden met hun schouders. Kashi zat in zijn kamp onder 't dichte lommer van een mangoboom. Hij zat op een lagen vierpoot, de zitting van zwaar, blinkend leer, met grove, koperen pinnen op een houten raam vastgespijkerd.

Achter hem hurkte een rij norsche, zwijgende negers. Vijf van zijn groepshoofden stonden als schildwachten om hem heen. Nog altijd leefde de heerscher in den laatsten Kashi. Met stugge, kwaadaardige blikken zag hij den blanke op zich toekomen; 't leek of plotseling een muur van achterdochtig en vijandig zwijgen om deze groep negers gevlochten werd, en ineens vloeide Monsen's hart vol van 'n soort teedere genegenheid. Dat waren de trotschen en verdrukten, de verongelijkten, die in hun recht van rooven gestuit werden door de onbegrepen nieuwe en zegepralende moraal van den blanken bezetter. Dat waren de oude Kashi's, die in hun pirogen de Hotorivier afzakten, onder 't sidderende, grommende ongeduld van hun kleine sombere oorlogstrommen, tot ze het nest konden overvallen van den