is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouden, weeken vos Yisiri.

Kashi rees op, zoodra Monsen dichterbij kwam. Niet onderworpen, maar recht en stug, in verbeten en zwijgende bedwongenheid. Op 'n lichte wenk van zijn hand rees de gansche achter hem hurkende rij negers op, met sombere, wrokkende oogen.

Ze waren allen zoo goed als naakt, evenals Kashi, forsche, donkere lichamen, met buigzame spieren in hun armen. Kashi droeg een blauwkatoenen schort, opgehouden om zijn lenden door een strakgetrokken, leeren riem. Hij wist vooruit wat er gebeuren zou. De oude Visiri zou praten, praten, langs 't zwijgen van Kashi heen, naar het aandachtig luisterende gezicht van den blanken heer. Kashi haatte deze met hun tong strijdende Visiri's; in 'n oorlog zouden ze leer loopen onder hun voetzolen, achtervolgd door Kashi's zegepralende speren en metalen puntige pijlen, met achterlating van al hun dochters en vrouwen, waarop Kashi en zijn mannen hun lust zouden kunnen koelen.

De blanke heer zou luisteren; zijn hand leggen op den schouder van dien kakelenden ouden vos, en hemzelf vriendelijk aanmanen zich aan Yisiri te onderwerpen volgens den wil van een onbekend blank opperhoofd, dat ergens in een machtig wonderland leven moest. Nog niemand had deze vernedering een Kashi in den zwarten steenen kop kunnen hameren. Liever hamerden ze zijn kop aan gruis.

Nu kwam weer zoo'n jonge, blanke bemoeial zich in zijn