is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De resident keek hem scherp aan, en vroeg spottend: „Is Kashi zoo'n groot en machtig vorst, dat ik op moet staan en tot Kashi komen in zijn kampement, en aan zijn voeten luisteren naar zijn oordeel?"

De zwarte zweeg; hij hield zijn oogen op den grond gericht; de trekken van zijn gezicht bleven onbewogen. Visiri grinnikte. De blanke heer was ontevreden. Was Kashi groot? Zijn grond besloeg slechts een kwart van Visiri's bezit.

„Ga hem halen, en dadelijk!" beval de resident kortaf. Zonder te groeten keerde de zwarte zich om, en verliet de hut.

Met loome, trage schreden liep de man op Kashi's kamp toe. Dat was doelloos. Hij had het laatste gesprek gehad met het opperhoofd.

Hij had gepraat, en gepraat. Ze moesten doen wat de blanke heer wilde. Hij kon Kashi opnemen, en ergens laten voeren, naar een volk met een vreemd jachtgebied en met een vreemde taal; daar zou Kashi sterven van verlatenheid en zijn eigen volk zou volgens den wil van den blanken heer onderdanig worden aan Visiri. Wanneer Kashi nu toegaf, kon hij misschien in een nacht opbreken met zijn mannen, zich beschilderen en in Visiri's dorp inbreken, en veel van zijn mannen dooden. Hij zou zich kunnen beroepen op den vrede, die hij in de handen van den blanken heer beloofd had, en vragen wie hem had herkend.