is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot M. — en blijf niet steken onderweg!" — voegde hij er dreigend achter.

Meteen stoven allen uiteen en kwamen ijlings aandraven en toespringen met lange stokken, en met reepen schors die daarvan versch waren afgerukt.

Ze waren opgeroepen en kwamen, maar om niet teveel goeden wil te toonen, wierpen ze hun draagstokken en primitieve riemen vlak bij Monsen's huis aan den kant van den weg en kwamen, gelaten, met een berustend gezicht en met een vraag:

„Heer, — hoe moeten we die koffers dragen?" Een commando en alle ruggen bukten zich. Met een verwaand geheven hoofd en een staf in z'n hand, als een tambour-majoor, stond de boy voor de kleine, zwarte karavaan.

Vier mannen, 't flinkst uit de kluiten gegroeid, stonden in den draagstoel, den tipoï.

De beide blanken stonden bij den vlaggemast en salueerden elkander plechtstatig en met onbewogen trekken: „Zie, dat je 't er niet al te beroerd afbrengt!" — zei Frank, waardig.

„Stik!" — antwoordde Monsen met dezelfde plechtige ernst.

Zij salueerden elkander.

De blanke heer kon vertrekken; hij stapte in den draagstoel en werd omhooggeheven. Hoog stak hij uit boven hoofd en schouders van zijn zwarte dragers, overgoten door 't witte licht van de zon. De naakte ruggen der