is toegevoegd aan je favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

negers glommen als opgepoetste kalfslederen portefeuilles. Zij liepen frisch en sterk, met een forsche, lenige kracht in hun lenden, op buigzame voetzolen, fier om 't dragen van den blanke.

Zij stapten in maat, en zongen, op één, psalmodieerenden toon:

„Ik draag... wij dragen den blanke... den blanke naar het dorp... naar het dorp den blanke... den blanke!"

't Was niet alles: reizen in een tipoï.

Even had Monsen, geboeid, geluisterd naar 't zingen van zijn dragers. Zijn hoofd was warm geworden, zoodra zijn voeten geheven werden van de aarde. Hij voelde zich even als een afgod, rond gedragen op de schouders van zingende en onderworpen geloovigen. Zelfs dacht hij 'n oogenblik met afgunst aan het luipaardvel, dat de vorst Visiri over zijn schouder had hangen en aan den hooggedragen parasol van bamboeblaren, die door een slaaf vlak achter hem aan gedragen werd.

Maar kort daarop begreep hij nog beter, dat 't niet alles was, om te reizen in den tipoï.

De dragers werden de zware waardigheid van den blanken heer al gauw beu, hun zingen verstomde, hun veerkrachtige lendenen werden stram, en ze Kepen naar de willekeur van hun eigen stappen.

Monsen slingerde van den eenen kant naar den anderen;