is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de tropenzon, en 't barre alles aandragen door bedienden.

Met woede drong hij 't dichte, striemende kreupelhout binnen, op zoek naar wild.

Toen de duisternis viel, klommen ze vanuit de vallei, waardoor de rivier stroomde, terug naar boven, naar het dorp.

Ze hadden niets geschoten.

Zwijgend en in gedachten slenterde Monsen naar het dorp terug.

'n Roode, flakkerende gloed van brandende, vochtige takken, hing boven de donkere, ronde hutten.

Bij den ingang van het dorp stond het dorpshoofd den blanke op te wachten, klaar om met smeekende blikken zijn deel van den buit dankend in ontvangst te nemen, of onderworpen te treuren om de mislukking.

Hij zag den blanke komen, met leege handen. Hij kwam hem tegemoet, en beloerde zijn gelaat. Zou er geen onweer van woorden over zijn hoofd losbarsten?

Hij kwam al met een klagende stem naderbij, en schold op 't wild en op den wind, die de geur van de beide negers — hij hief den blanken heer boven alles uit — naar de dieren had toegedreven.

Monsen luisterde niet. Hij wenkte slechts met zijn hand. 't Was niets, 't "Was alles goed. Hij was vermoeid en lusteloos.

Slechts één gedachte hield zijn geest bezig; één bittere