is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodra Monsen in de verte zichtbaar werd, rees het dorpshoofd recht. Op de plek waar hij stond, bij de brug, werd water geschept; door 't morsen was het één modderpoel geworden.

De blanke zocht met zijn voeten de droogste plekken uit en stapte door het slijk.

Onmiddellijk zette hij een gezicht op. Hij zou deze modderplek noteeren; wanneer hij terugkwam, moest ze uitgedroogd en begaanbaar zijn.

Met nietsbegrijpende en ontstelde oogen staarde de zwarte in het slijk. Hij was 't probleem aan 't verwerken, hoe de vrouwen water zouden halen. Ineens bukte hij zich, trok een bundel gras uit den grond, en veegde Monsens schoenen schoon.

Deze liet hem begaan en zweeg. Hij had eenzelfde ondervinding opgedaan met zijn ouden boy. Even schoot de gedachte door zijn hoofd, of Frank hem opnieuw zou hebben laten geeselen.

Met de ratelende stem van het dorpshoofd naast zich stapte hij op het dorp toe.

Hij haalde zijn aluminium drinkbeker te voorschijn, en vroeg om drie eieren.

Ineens daalde de stem van het dorpshoofd tot een toon van onderworpen nederigheid.

„Ik heb geen eieren!"

Monsen lachte. Dat was 't eerste en geijkte antwoord van den neger op een dergelijke vraag. De arme zwarten bezitten niets. Alles is hun ontnomen, willen ze zeggen.