is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dat kwetterende lachen.

Dat was de primitieve bouwstijl van de negermaatschappij. Zoolang de geslachtsdrift 't toeliet, huisden man en vrouw bijeen; wanneer de drift doofde of tot onmacht werd, ging ieder z'n eigen weg, en trok in de hut der verstootenen.

't Gebeurde, dat er fluisterpraatjes ontstonden; er gingen kwade ziekten door 't dorp; geheimzinnige machten slopen rond; gebeurde 't niet, dat er bij die en die, 't vleesch ineens bedierf, en veranderde in 'n kronkelende knoedel wormen.

Dan rees er een muur van haat en van achterdochtig zoeken om de hutten van de oude vrouwen, tot er een in den morgen dood gevonden werd, met blauwe lippen en verwrongen gezicht. Haar lichaam en de kwade geesten, die dat bezaten, waren vergiftigd en overwonnen.

Soms verdwenen de oude vrouwen, spoorloos. Dan waren ze meegesleept, werd er verteld, en verslonden. Nu en dan kwam 't uit: er was een boodschap gestuurd, — kom daar en daar. Onderweg werden ze overvallen, en met speerstooten afgemaakt.

Dat wilden de goden.

De blanke overheid stoorde zich niet aan geesten noch goden, en hing de schuldigen op, in hun eigen dorp, aan een boom.

Er veranderde niets. Er kwam alleen een nieuw verhaal: «en man ging met z'n eigen grootvader de wildernis in. Hij keerde terug, alleen: ze liepen onder een boom, een