is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X

Monsen had opdracht gekregen een grensstreek in zijn sector te doorkruisen. Er was daar een afgezant van de blanke overheid overvallen, vermoord, en naar het gerucht liep, zelfs opgegeten.

't Waren geen oproerlingen, doch 't gezag van de blanken liet hen eerder volkomen koud.

In die streek Keten de enge, bijna onbegaanbare paadjes, maar moeilijk een fiets door, en opnieuw reisde hij in den tipoï.

De dorpshoofden wachtten hem niet op en kwamen hem evenmin tegemoet. Ze ontvingen hem slechts met stroef, en hardnekkig zwijgen.

Nu en dan, onderweg, hoorde hij ritselen in 't gras, en snel wegloopende voetstappen. Dat waren verspieders, die op de loer gelegen hadden. Dan overviel hem een weemakend gevoel van onrust en gespannen vrees.

Maar vreedzaam vervolgde hij zijn weg.

Wanneer hij, aangekomen in 't dorp, op hoogen toon daarnaar vroeg, wisten ze van niets; maar ze loerden hem af, naar iedere beweging, die vrees zou verraden, waarop ze dan ineens huilend en met opgeheven speren op hem af zouden kunnen springen. Hij waakte over ieder woord en ieder gebaar.

Hij spatte niet los in scheldpartijen, maar bracht koel en met onbewogen strengheid zijn wil en eischen naar voren. Zonder tegenstand vorderde hij van dorp naar dorp.