is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Nieuwe en onbekende, 't ongeziene, wordt zoo gauw oud, een sloffende realiteit. De nieuwsgierigheid verlept onder al 't vlakke en onder 't rustelooze koken van de zon, of de stroomende, eentonige regenbuien.

't Is niet mogelijk te vechten om behoud van zichzelf; er is geen steunpunt, 't Is noodzakelijk te acclimatiseeren: 't bloed moet verslappen onder een eeuwig-smeulende koorts; 't wordt flauw en moedeloos; 't tast het karakter aan, en maakt dit laag, achterdochtig en prikkelbaar, 't Maakt het geschikt om de kudde negers te hoeden. Om te heerschen. Met nu en dan opbruisende scheldpartijen of een geniepige trap in de lenden.

't Is alles vlak en monotoon. Zooals de tropennatuur zelf. Licht en donker, wit en zwart onder 't felle overdadige stralen van de zon.

Zoo is het leven op een post. Futiel en eenzaam.

Monsen versomberde meer en meer. Van welken gezichtshoek hij zichzelf ook bekeek, — hij was niet vooruit gegaan op zichzelf, constateerde hij bitter.

't Alleen zijn verdonkerde hem.

Hij dacht er nog niet over een of meer negerinnen bij zich in huis te nemen. Dat zou toch uitdraaien op teleurstelling. Dan moest weer nieuwe lust en nieuw genot gezocht worden in nieuwe lichamen; ziellooze, donkere lichamen, die met iedere aanraking een leegte in 't hart achter lieten. Iets onvervulds.

Twee lichamen, die bijeen gehouden werden, door drift