is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij voelde zich weer tevreden. Er was geen woord over geld gerept; openlijk noch bedekt. Met verschillende vloeken was hem geld meegegeven voor steekpenningen. Alles voor negerhoofden. Maar Willey en zijn baas kenden hun wereld ... en die steppenluizen. 't Geld voor Monsen kon Willey op zijn privé-rekening over schrijven.

Hij zou vertrekken, en Frank's propaganda door z'n eigen aanwezigheid kracht bijzetten.

't Was een goede dag voor Willey. Voor één nacht kon hij in Frank's leegstaande huis trekken. Slechts een van Frank's drie huishoudsters was in huis achter gebleven.

's Avonds noodigde Monsen Willey bij zich aan tafel. Dat was nu eenmaal koloniale gastvrijheid, en bovendien voor Elsie een afleiding.

Willey was een verstrooide prater. Onophoudelijk bracht Monsen het gesprek op de mijnen; er zou een mijn aangeboord worden aan de grens van zijn sector.

Zeven jaar had Willey in de slijkpoelen van de mijnen doorgebracht.

Hij vertelde, zonder iets te verheimelijken.

Drie maanden had Elsie in de wildernis doorgebracht. In 't begin was zij soms met een ontsteld gezicht op Monsen toegekomen::

„Fred, jongen, — ik heb al weer een neget hooren gillen.

't Was afschuwelijk!"

Hij trok zijn schouders op, en lachte.

„De karwats, Elsie!"

ft