is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan kon een donkere kleur over haar gezicht springen, en barstte ze uit:

„lederen dag hoor ik gillen, en 't is altijd weer: de karwats, Elsie! Zijn jullie dan allemaal beulen geworden?" Dan legde hij geduldig uit:

,,'t Zijn negers, kindlief. Die eischen 'n ander soort rechtvaardigheid. Iedere gevangene, die van mij gratis logies krijgt, krijgt, om z'n geheugen frisch te houden, 'n dracht zweepslagen van mij mee. — Dat is de eenige manier. Als je er eens lust toe hebt, kun je 't zelf ook probeeren!" Hij had haar bijna loerend aangekeken, en glimlachte bevrijd, toen zij hem haar rug toedraaide.

Daar waren maanden overheen gegaan.

Willey praatte ongegeneerd; hij ging prat op zijn wreedheid. „Moeten we niet leven?" En 't is gemakkelijk om te leven op kosten en op het zweet van den neger.

Dit alles schoof over Elsie heen. Zij was geacclimatiseerd; 't deerde haar niet meer.

Nu en dan keek Monsen naar haar op, in spanning, of zij niet in woorden uit zou breken. Zij luisterde verstrooid, en glimlachte hem toe.

Monsen wendde zijn hoofd af, en sloot even zijn oogen; vermoeid en smartelijk.

Den volgenden dag vertrok Willey.

Op twee mijlen afstand van den post liet hij zijn tent opslaan in het voornemen de komende veertien dagen in luieren door te brengen. Om den schijn te bewaren, liet