is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Monsen kon 't niet meer harden, en brak in een schaterend lachen uit. De klucht van het hospitaal werd te mooi gespeeld.

Constanti keek hem bevreemd aan, en begon aarzelend mee te lachen. Monsen legde even z'n hand op Constanti's arm.

„Neem me niet kwalijk, Constanti. Maar ik heb in geen jaren zoo kunnen lachen als nu. Ik moet zeggen, d'r wordt hier met 't hospitaal dagelijks een prachtige poets gespeeld. Komt de dokter zelf nog wel eens over wippen?" Constanti meesmuilde.

„lederen dag, heel even. Vanwege 't rapport. Hij had al moeten komen. Maar ik heb hem gisteren gezegd, dat u vandaag t hospitaal met een bezoek wilde vereeren." Constanti haalde z'n schouders op.

„De heeren willen nu eenmaal een hospitaal voor de ne£ers zei hij met 'n zucht, — „en 'n hospitaal kunnen ze krijgen!"

In den middag vertrok Monsen. Hij vertrok door het kamp der negers. Constanti deed hem uitgeleide. Een uitgemergelde, draadmagere neger zat kouwelijk ineengedoken tegen den wand van een hut. Hij rilde over zijn gansche lijf. 't Moest een man zijn in de kracht van zijn leven, maar hij zag er uit als een grijsaard.

Hij had zijn knieën, z n groote, platte goedaardige negerknieën hoog tegen z'n borst opgetrokken; zijn armen hingen slap neer en hij steunde met zijn handpalmen op

Moeder ik sterf. 13