is toegevoegd aan je favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXII

De zon steeg als een witgloeiende bal.

Langs bijna onzichtbare paadjes werd Monsen door de eindelooze, deinende steppen gedragen. Er viel zelfs geen schaduw van een mensch te bekennen.

De dragers beschutten hun nek tegen het steken van de zon, door een groot boomblad, dat ze met den stengel achter in hun kroesharen staken, en zwierig over hun nek legden. Mooie, struische, naakte negers.

Monsen's hart krampte samen, wanneer hij dacht aan de besmeurde, traag werkende zwarten in de slijkpoelen; stompe dieren, en den stervenden jongen grijsaard op den grond.

De negers zongen, t Afschuwelijke werkkamp lag achter hun rug.

„Wij dragen — wij dragen

den blanke —

onzen blanke —

De blanke is goed

Hij zal ons betalen

—hij zal ons rijkelijk betalen

Ons hart is vol vrede."

Zij droegen den tipoï met voorzichtige schouders. Dat was hun genegenheid.

Laat in den middag beklom de kleine karavaan een helling. Zij bleven plotseling staan. Er verscheen een donkere