is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Monsen keek dit enkele dagen zwijgend aan.

Hij vroeg plotseling:

„Die aap zit je altijd in den weg, Elsie. Heeft-ie soms iets gedaan, terwijl ik weg was?"

Hij keek haar niet aan; 'n scherpe, verdrietige frons stond tusschen zijn oogen.

Even was er stilte tusschen beiden, 'n Donker, gloeiend rood trok over Elsie's gezicht.

„Het is een vuil beest!" — zei ze, moeilijk, 'n Brandend schreien schroeide in haar keel.

Monsen zweeg.

„Ik zal hem dood schieten, Elsie!" — zei hij zacht en treurig.

Zij fluisterde opnieuw.

„Het is een vuil beest!"

Zij zat aan de tafel, legde haar hoofd op haar armen, en huilde.

De aap werd door den boy aan den doornigen stam van een kapokboom vast gebonden.

Monsen legde zijn geweer aan; de aap zat op zijn ach-

terpooten, en grijnsde kwaadaardig, 'n Donker, toornig

rood vloog over Monsen's gezicht.

Hij haatte dien verwrongen kabouter.

Hij schreeuwde 't dier een scheldwoord toe, en haalde

den haan over.

De aap gilde, — en stierf.

In den avond was er een feestmaal onder de negers van

het huis.