is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schikbaar voor het werk in de mijnen. Gerustgesteld wachtte hij op de orders van de overheid, — maar hoe ze sprongen, hoog of laag, van zijn invloed zouden ze geen gebruik meer kunnen maken.

Willey klaagde, en was af en toe in 'n helsch humeur. Hij streek slechts een salaris op, zonder premies aan de dorpshoofden te kunnen ontstelen, en te kunnen woekeren met 't voedselgeld van zijn aangeworven werkrecruten.

Ook zijn huishoudster moest dit ontgelden.

Op een avond viel zij bij Monsen binnen, krijtend en huilend, met haar gezicht opengekrabd en besmeurd met bloed; haar bovenlip was gescheurd en 'n hoektand gebroken.

„Ik blijf niet bij mijn man. Zie mij aan, heer. Ik blijf niet bij mijn man."

Het kostte Willey duizend francs om haar bij zich terug te krijgen. Hij betaalde om een rechtzaak te ontwijken. De negerin kwam terug, prat op de aantrekkingskracht van haar onderbuik. Zij had terug geslagen. Willey ontving haar weer in zijn huis met 'n gezwollen lip, en zijn rechteroog toegeslagen.

Toen Monsen enkele dagen later Willey's huis binnenkwam, zag hij een negermeisje van 'n jaar of zeven, acht, geknield bezig met den vloer te vegen.

„Wie is dat, in godsnaam?" — vroeg Monsen.

Willey kleurde licht. Hij trok zijn schouders op.

Moeder ik sterf. 14