is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is een slavinnetje, dat ik voor mijn huishoudster heb gekocht," — antwoordde hij onverschillig. —

Hij spotte.

,,'t Heeft me niet veel gekost, — drie hoenders en 'n geit. Ze helpt mijn huishoudster met het huiswerk." De huishoudster kwam binnen, voor den blanken heer scheldend over haar slavin.

„Je bent 'n verdomd vod, Willey!" — zei Monsen langzaam en overdacht.

Willey trok z'n schouders op, en grinnikte. Het negerinnetje keek hem met strakke oogen aan.

't Zou niet lang duren, of zij zou met de huishoudster samen in Willey's bed slapen.

De orders van het gouvernement voor het te leveren contingent werklui van het loopende jaar waren afgekomen. Monsen's oogen vlogen de rij namen af, naar den naam van zijn sector, en duizelde.

„De sector M. — zevenhonderd werklui!"

Met een vloek slingerde hij het papier over den grond, om 't even naderhand weer op te nemen, en na te zien of hij zich niet vergiste.

Het getal grijnsde hem toe, bijna zooals die verwrongen kabouter, de aap, dien hij had doodgeschoten.

„Zeven honderd werklui."

Als een dolleman liep hij door zijn bureau op en neer, en vloekte. Dat was 'n afgrond. Dat was 'n zwarte krankzinnigheid. Zijn heele sector was van mannen uitgedord.