is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan de anderen, met een kan most naar hem toe. „Nu meneer de baron met ons gewerkt heeft, moet hij ook met ons drinken!" De knechts meesmuilden; Georg zag het, al keek hij slechts Hannerl in het roodverhitte, lachend naar hem opgeheven gelaat. Hij nam de kan uit haar handen aan. En de vaagspottende glimlach verdween om den mond zijner mannen - door dezen dronk, nog meer dan door zijn ingrijpen van daareven, had hij het pleit bij hen gewonnen.

Dit was, na vele jaren, zijn eerste zomer. Hij voelde het zelf: hoe hij weer leefde! Hoe lang was dat al wel geleden. Hij zette zich aan het ontbijt en had al een rit van een uur achter den rug. Hij gunde zich ook in de gloeiende middaghitte geen rust, als zijn knechts en meiden in de schaduw lagen uitgestrekt, en liet zich de huid koelen door een onweersbui waarvoor mensch en dier haastig beschutting zochten. Hij had zich nooit gespaard en eigenlijk zelden vermoeienis gekend, maar de diepe vreugde, die hij bij zijn werk ondervond, was nieuw voor hem. Hij was niet geloovig, maar hij dankte God voor het late geschenk van dezen zomer. Hij zou liefst alle werk met z'n eigen handen hebben meegedaan; hij kon het niet laten om een zijner Sloveensche maaiers de zeis uit de verbouwereerde handen te nemen en enkele lange slagen in het lichtdoortrilde koren te doen, dat zoetgeurend voor zijn voeten neerruischte. Met afgunstig oog zag hij den jongen knecht na, die, wijdbeens op zijn kar staande, het land opreed om de volle melkbussen te halen. Georg zou willen ploegen en zaaien; er was een overschot aan kracht en arbeidsdrift in hem waarvoor hij geen uitweg vond.

Door van zonsopgang tot in den avond in het touw te blijven zocht hij zich af te matten. Maar zijn lichaam gaf geen kamp, verheugde zich over elke nieuwe inspanning welke hij ervan vorderde. De meiden, die hem in het veld zagen voorbijrijden, wezen er elkaar op hoe stoer en recht hij in het zadel zat. Hoe oud was hij eigenlijk? Hannerl, die het wist, liet er hen naar raden. Ze gaven hem allemaal méér dan de negen en veertig jaren, die hij in werkelijkheid telde, maar zeiden er meteen bij, dat hij vast nog de kracht en den weerstand van een jongen kerel had!

Trudi vroeg daarop iets waarover allen zoo moesten lachen, dat de knechts, die verderop aan het werk waren, nieuwsgierig omkeken en graag weten wilden waarom ze zoo'n pret hadden. „Om onzen baron!" tergden de meiden, zonder meer te willen verklappen. De knechts, jaloersch en achterdochtig, waarschuw-