is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit uur bleef echter uit. Josef, die zijn meester toch reeds eenigszins meende te kennen, zocht vergeefs naar de redenen waarom deze hem zou kunnen sparen. Dat de majoor in waarheid slechts Hannerl en niet hem voor onaangenaamheden wilde behoeden, kwam in Josef's brein nog niet op.

Toen Georg zich op een morgen na een rit verkleedde en zijn bezweet lichaam met koud water afsponsde, kwam argeloos Hannerl binnen. Van schrik liet zij een lampetkan, die zij in de handen hield, op den vloer vallen en ijlde naar buiten.

Hij had zoo spoedig zelfs geen handdoek kunnen grijpen. Ietwat verlegen en ontstemd keek hij naar de weer dichtgeslagen deur. Waarom, voor den drommel, had zij niet geklopt 1 Hij wendde van de scherven daar op den grond zijn blik naar den man, die hem uit den spiegel boven de waschtafel duister opnam. Een harde, doorgroefde kop met grauwe snor en doorkomende baardstoppels. Een nog met zeep ingesmeerde hals en daaronder de machtige borst, overdekt met grijzend kroeshaar - alles bijeengenomen leek hem deze aanblik nogal afschrikwekkend voor een jonge vrouw, en hij mocht er zich dus niet over verwonderen, dat die van daareven in paniek de vlucht genomen had. Hij nam een ruwen handdoek en boende zich droog.

Toen hij Hannerl voor het eerst weer zag, deed hij zijn best om het gansche voorval slechts van den humoristischen kant op te vatten; hij ried haar in haar eigen belang aan, te kloppen alvorens ze een volgend maal zijn kamer binnenkwam. Zij had reeds een hoofd als vuur en zei, dat ze anders ook altijd klopte; maar dezen keer had zij hem niet thuis hooren komen. En nu was de kan ook nog gebroken... Zij wendde zich verlegen af, en terwijl hij lachte over het zorgelijk aanvoeren van deze verongelukte kan, stelde hij bij zichzelf vast, dat zij hem na dezen morgen niet meer wilde aanzien.

Ook de volgende dagen ontvluchtte ze, zooals hij duidelijk merkte, zijn tegenwoordigheid - hij daarentegen betrapte er zich op, dat hij zijn gedachten niet meer geheel van haar kon vrijmaken wanneer zij in een aangrenzend vertrek aan het werk was. En terwijl zij haar oogen voor hem neersloeg, begon hij haar te bespieden. Wanneer zij de kamer verliet, nam hij haar jonge, uitdagend vrouwelijke lichaam schuw en tersluiks in zich op, haar vleezige schouders, den rooden, gezonden hals met het lichtblonde, fijngekrulde haar....

Op lange, eenzame ritten vocht hij in stijgende onrust en ver-