is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat moest hij dan maar bewijzen door den eersten tijd vooral vaak aan te komen, zei Georg. Hij zou Krone wel met het rijtuig sturen - even 'n berichtje, dat was voldoende.

Hij vertelde nog op ietwat barsch-verlegen toon, dat de dame in quaestie tien jaar geleden haar verloofde door den dood verloren had, een doctor in de archaeologie, die op een studiereis naar Griekenland ziek geworden en gestorven was, waarschijnlijk door het drinken van besmet water: ook bij enkele der aan zijn leiding toevertrouwde studenten hadden zich typheuze koortsen geopenbaard... Georg vertelde dit met opzet breedvoerig, omdat de dood van dezen jongen doctor op zulk een reis met hoogere cultureele doeleinden in een zekeren zin ook nog weer zijn achtergebleven bruid adelde. Zij behoorde tot den kleinen adel, had van moederszijde Hongaarsch bloed en was na het tragische verhes, dat haar getroffen had, de liefdevolle verpleegster dezer oude dame geworden, die thans bij een getrouwde zuster haar intrek zou nemen. Hem, haar nieuwen schoonzoon, zou ze dezen zomer misschien nog eens de eer willen bewijzen, een maand of wat op Maria-Licht door te brengen.

Nu wist kapelaan Aigner wel genoeg voor zijn welkomstwoord; Georg kwam opgelucht uit zijn zetel overeind.

„Mag ik u nu alvast gelukwenschen, bruidegom?" vroeg de kapelaan en keek den slotheer van Maria-Licht met schalkschen glimlach aan. Deze stak hem verward en dankbaar de hand toe, om zich daarna forsch in den zadel te werpen en, luchtig wenkend met zijn rijzweep, de velden in te rijden...

Tegen half Februari vertrok Georg von Weygand dan ten derden male naar Graz, na aan Josef en aan Eisengruber in korte woorden te hebben medegedeeld, dat hij over vier dagen zou terugkeeren, maar dan als getrouwd man en in gezelschap van zijn vrouw. Strikt noodzakelijk was deze toespraak niet, want zijn menschen waren wel eenigszins op het een en ander voorbereid sedert er uit Klagenfurt een zending nieuwe meubelen was gearriveerd, waaronder zelfs een dames-toilettafel • • • Georg koesterde met zijn verrassende mededeelzaamheid ditmaal dan ook een geheime nevenbedoeling. Misschien had een der beide mannen het verstand om te begrijpen wat hij hun, zonder het in woorden te zeggen, vroeg: zoo mogelijk iets te doen wat de aankomst voor zijn vrouw hier zou kunnen veraangenamen. Natuurlijk kon hij hun wel bevelen, zich als een soort eerewacht op te stellen, maar het zou pijnlijk zijn indien zulk een demonstratie van