is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verknochtheid niet geheel ongedwongen uitviel... Het penibele thema beëindigend, droeg hij Josef nog slechts gestreng op, ervoor te zorgen, dat alle kamers goed op orde zouden zijn, zoodat de barones niet dadelijk zou moeten beginnen standjes uit te deelen.

Josef knikte: meneer de baron kon gerust zijn. Josef had er nog graag aan toegevoegd, dat althans hij en Trudi voor de ontvangst gereed zouden staan - maar hij verbeeldde zich, dat zijn meester op zulke gevoelsuitingen thans geen prijs stelde...

Zaterdagmiddag om half zes zou het bruidspaar in Seekirchen aankomen. Krone moest met het rijtuig wachten; de majoor had hem gezegd de beide Oldenburgers in te spannen. Dank zij de activiteit van kapelaan Aigner zou de burgemeester aan het station verschijnen, met ambtsketen en hoogen hoed en vergezeld van zijn wethouders. Zijn dochtertje zou een boeket aanbieden. Buiten zou het veteranen-muziekcorps Sankte Caecilia zich opstellen en den bruidsmarsch uit den Lohengrin ten gehoore brengen; het moeilijke stuk werd nog in koortsige haast ingestudeerd. Een tegenvaller was slechts, dat de bas-hoornist, de parel van het orchest, beroemd om zijn nadrukkelijke maatvastheid en zijn krachtig blazen, door een ongelukkige speling van het noodlot zijn been gebroken had op het onnoozele trapje in zijn kippenren. Zijn collega uit Moosburg, die voor hem inviel, was lang zoo goed niet; bovendien maakte men zich ernstig bezorgd, dat hij niet nuchter op het appèl zou verschijnen: hij ging er zelf prat op, niet te kunnen blazen zoolang hij niet z'n drie, vier glaasjes op had. Als het er nu maar geen vijf of zes werden.

Ook de vrijwillige brandweer zou met het vaandel aantreden. Maar dit alles was kapelaan Aigner nog niet genoeg. Hij begaf zich door regen en storm naar Maria-Licht om een regeling te treffen voor het versieren van het kasteel. Om te beginnen moest natuurlijk de vlag uit den toren worden gestoken. De ingangspoort, het oprijpleintje, de bibliotheek en de eetzaal dienden met dennegroen opgevroolijkt te worden. Daar het bij de aankomst van het bruidspaar reeds donker zou zijn, moesten er fakkels branden, en iemand zou de klok moeten luiden van het oogenblik af, dat het rijtuig in aantocht was. En natuurlijk moest men in z'n beste kleedij voltallig aanwezig zijn op het binnenpleintje; misschien was er nog een toepasselijk lied, dat men den baron en de barones zou kunnen toezingen...