is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kiemde er nieuw leven aan zijn takken, die reeds beschermend gespreid stonden: sterkende sappen drongen driftig in hem om-

stehfe'nd it'v T°f U' het is te veeI> te over¬

stelpend, ik kan het nog met gelooven; ik moet dit alles eerst

nog in het volle daglicht zien en hooren."

Hij durfde zich niet te verroeren uit vrees, dat Maria zou

verT^ ^ ^ Zi>> die het de2e* n^ht ook niet

verder dan een halven slaap kon brengen, durfde haar oogen niet

op te slaan, om hem toch maar de volle voldoening van zijn

nachtwake te gunnen. Toen het eerste morgenlichf Zr de

gordijnen schemerde, zocht zij een toevlucht in zijn armen en

haar anssti?11 irwïe nU 2°° m°0i ging WOrden' en hij keek

naar angstig in de oogen en vroeg met een stem, verscheurd

van nachtelijken twijfel: „Maar weet je het dan heelemaal zeker?" - „Natuurlijk weet ik het zeker..."

Ondeugende triumf lichtte in haar blik op - het kwam hem bijna zoo voor alsof zij zich vroolijk over hem maakte. Ineens

nu°reS« f tC begrijPen dan in al deze weken dat zij

nu reeds zijn vrouw geweest was. Driftiger dan hij het ooit sewaagd had, trok hij haar tot zich... 1 ë

Kalmuk, dien hij na het ontbijt besteeg, maakte hij als eerste "f™' T SP geheim. »Be«=ia er je JvÏÏ op voor STUSr' ' g de ,lchfinS Van Seekirchen in, waar hij kaneK^HiiS mS', A°°' °"gaan tt°f' »Eén "Ogenblik, geestelijke me'e de k?»er btan""'"' !P"°i°g ^htenden Daar ging hij voor hem staan en zette er alles op om in zijn stem toch vooral geen weekheid te laten doortrillen. „Kapelain Aigner. Mijn vrouw vraagt of u mettertijd op Maria-Licht wilt komen en er mijn zoon ten doop houden »

De ander staarde hem aan. Al kon de burchtheer en toekomstige

Set' M ^ 1? t0°m h°uden.' de W kapelaan kon IS

hii Up u a zoover, dat hij hem met krachtige knuisten bj de schouders vatte en dooreen schudde. „Proficiat' Miin gelukwenschen! Dit is Gods werk!" il,n

O, Georg voelde zich niet gekwetst. Nu pas had het groote

uSroken°en di 'ge^?gen' n? hij het tegenover den kapelaan uitgesproken en diens gelukwenschen in ontvangst genomen had

SSoo lt"" ™°r hem' ™Hef Sn Zt

lachte ïr%n K fS gaat ? nu maar waar u gaan moetP'

lachte hij en besteeg zijn paard. De kapelaan scheen thans pas

gedachten te verzamelen; hij legde de hand op den zadelrand