is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden zijn uitgepakt, indien zich intusschen niet nog een andere surprise had aangekondigd... Terwijl Maria tusschen haar eerste weeën in, het voorhoofd en de wangen met kleine zweetdruppeltjes overdekt, naar die brandende kaarsjes keek, dacht zij eraan hoe mooi het toch was, dat zij Georg juist in den Kerstnacht zijn eerste kind ging schenken. Nu God zoo duidelijk een Teeken gaf, scheen het haar kleinhartig om nog iets te vreezen; bemoedigend wendde zij het gelaat naar Georg, die met zijn horloge in de hand (welk een zinloos ding) op de komst van dokter Prisswitz wachtte. Zij vertrouwde volledig op Magdalena Eisengruber, die zonder doktershulp viermaal moeder geworden was en samen met Anna Krone alles gereed ging zetten. Zij voelde thans niet meer het verlangen, de hand van haar man vast te houden — nu het groote uur zelf aanbrak, geloofde zij het zonder zijn bijstand wel af te kunnen. Ze zei hem, dat hij maar niet te lang meer moest blijven, want anders durfde zij niet te kreunen wanneer zij voor haar genoegen eens kreunen wou; straks, als alles voorbij was, mocht hij weer terugkomen. Hij moest zich maar zoolang met iets zien bezig te houden en zich vooral geen zorgen maken.

Daar zij aandrong, gehoorzaamde hij aan haar wensch en verliet de kamer waar hij toch slechts machteloos kon toezien bij de voorbereidingen der beide vrouwen. Niet wetend waarheen te gaan, doolde hij door de verschillende kamers; hij wist in dit kasteel den weg niet meer; de wanden staarden hem koud en dreigend aan. Hij kwam Trudi tegen, die hem met van angst samengeknepen keel vroeg of alles wel goed ging met mevrouw de barones. Hij knikte. Zijn nervositeit schonk hem een onpasselijk gevoel; weer eens keek hij op zijn horloge; de stand der wijzers drong scherp en onheilspellend in zijn bewustzijn, maar hij las er geen tijd meer uit. „De dokter... de dokter..." hamerde het in zijn hoofd. De handen op den rug gevouwen, stond hij voor een der vensters en trachtte omlaag op het oprijpleintje te kijken: of de slee dan nog altijd niet was teruggekomen, maar hij zag slechts neerdwarrelende sneeuwvlokken, die door het licht van binnen beschenen werden. Daarachter was de nacht, zwart en ondoorgrondelijk.

Onverwachts werd hij er zich van bewust, dat hij achter ditzelfde venster Hannerl had nagekeken, na haar te hebben weggestuurd. O, als hij haar onrecht had aangedaan, dan waren deze uren van wachten de straf voor zijn schuld.

Hier bij het venster kreeg hij geen adem meer; hij snelde weer voort. Opeens verbeeldde hij zich, dat Maria om hem riep. Maar